De viool is een snaarinstrument en daarnaast ook nog een strijkinstrument. Dat betekent dat je op de snaren strijkt met een strijkstok om het geluid te maken. Een viool heeft vier snaren, die gestemd zijn op de noten G, D, A en E. De strijkstok is een lange stok van tropisch hardhout gemaakt, met echte paardenstaart-haren waarmee je over de snaren heen wrijft.

De trompet is een van de oudste instrumenten. Het prototype bestond uit een hoorn van een rund. ln de bijbel wordt de vernietigende kracht van de trompet al beschreven. Door wat ze horen bij militaire toepassingen of drumfanfares denken veel mensen dat de trompet uitsluitend geschikt is om lawaai te maken. Dit is niet zo. De trompet is een zeer lyrisch instrument, zeer geschikt om zowel de meest tedere als agressieve klanken voort te brengen. Wellicht is dit instrument daarom een fantastische "uitlaatklep" voor de spanningen van elke dag.

Onder de koperen blaasinstrumenten neemt de trombone een middenpositie in: de trompet en de hoorn klinken hoger, de tuba klinkt lager dan de trombone. De manier waarop bij de trombone de toonhoogte geregeld wordt, verschilt van de andere koperen blaasinstrumenten. De meeste koperen blaasinstrumenten hebben ventielen, maar de trombone is uitgerust met een schuif. Als de trombonist de schuif van zich af duwt, wordt het instrument langer en daardoor de toon lager.

Saxofoon wordt niet zo vaak gebruikt in een symfonieorkest. Voor jongere kinderen wordt aanbevolen om met klarinet te starten. Na enkele jaren kan gemakkelijk op saxofoon overgeschakeld worden, of als saxofoon als tweede instrument erbij te nemen. 

In heel veel huiskamers staat-ie: dat grote, zwarte of bruine bakbeest, grijnzend met een indrukwekkende rij witte en zwarte tanden die we toetsen noemen. De PIANO heette vroeger het KLAVIER, maar dat was wat verwarrend: want de rij toetsen die we aanslaan om een leuk melodietje te horen, noemen we ook een klavier. Zo heeft een orgel soms twee of meer klavieren en een clavecimbel ook.

Een pauk is een grote, bolle trommel van koper. Je speelt erop met stokken - soms van hout, maar vaak met zacht vilt aan de uiteinden. De eerste pauken dateren uitde 14e en 15e eeuw (de riddertijd, dus!). Ze werden gespeeld in paren, aan beide kanten van een paard gehangen.

Het mooiste instrument is de hoorn, niet alleen om te zien maar ook om te horen. Om met het eerste te beginnen: geen muziekinstrument is zo vaak op plaatjes, cartoons, logo's en foto's te zien als een hoorn. Natuurlijk gaat het in de eerste plaats om de klinkende muziek. Veel componisten hielden van de klank van de hoorn. Mozart, Beethoven, Brahms, Mahler en vele andere beroemde componisten schreven in hun orkestwerken belangrijke solo's voor dit instrument.

De hobo is een houten blaasinstrument met heel erg veel zilveren kleppen. Vroeger had de hobo bijna alleen maar gaatjes, net als een blokfluit.Het mondstuk van een hobo is van echt riet gemaakt en moet je apart op je hobo zetten, anders komt er geen geluid uit! Als je net met hobospelen begint, is het heel moeilijk om zachtjes te spelen, maar als je veel oefent wordt het steeds mooier en zachter.

Aan de harp komen, net als bij een piano, snaren te pas, maar geen hamertjes en toetsen. De harpist tokkelt de snaren aan met haar vinger, daarom heet de harp een tokkelinstrument. Net als de gitaar, de banjo en de mandoline, maar die zie je zelden in een symfonieorkest.

De fagot is het grootste en langste houten blaasinstrument. Het heeft een heel groot bereik, d.w.z. er zitten heel veel tonen op. Daardoor kan de fagot hoog spelen maar ook heel erg laag. In de hoogte klinkt de fagot heel mooi en zangerig en in de laagte kan hij heel grappig, maar ook heel robuust klinken. In tekenfilms hoor je regelmatig een lage fagot die dan vaak een bepaald type uitbeeldt zoals een dinosaurus, een beer, een olifant of een grootvader.

Héél vroeger was er al een "dwarsfluit"; die bestond toen uit holle stukken bot, bamboe, hout of ivoor met een paar gaatjes erin. De fluit werd toen niet bespeeld om concerten te geven, nee, de schelle klank diende om vijanden en boze geesten te verjagen en signalen aan elkaar door te geven. Tegenwoordig heeft de dwarsfluit 16 gaten en, dankzij het slimme kleppensysteem, heb je aan 10 vingers genoeg om al die 16 gaten open en dicht te krijgen.

De contrabas is het grootste instrument van de strijkersfamilie en maakt de laagste tonen. De bas kan ook hele hoge tonen maken, zogenaamde fluittonen die altijd te horen zijn. De bas is beroemd vanwege haar veelzijdigheid: grommen, piepen, schreeuwen, fluisteren, lachen, huilen of ontroeren, de contrabas kan het allemaal. Soms lijken de contrabassen op een kudde olifanten, soms lijkt het alsof de bas een mooi liedje zingt.

Zo ziet hij eruit: een zwart instrument met veel zilveren kleppen erop. Een klarinet is een leuk instrument omdat je er veel verschillende soorten muziek op kunt spelen: - klassiek (in een orkest, met piano of met andere instrumenten samen), jazz, klezmer ( joodse muziek), zigeunermuziek...

De cello is een grote viool die je tussen je knieën klemt maar die gelukkig ook nog met een pin op de grond steunt. Je zit nog op een gewone stoel en niet op een barkruk zoals bij de contrabas. De cello heeft 4 snaren en je kunt er op strijken met een strijkstok en er op tokkelen (pizzicato heet dat). Als je strijkt over de snaren krijg je een prachtig warm geluid. Je kunt van héél laag naar héél hoog. Dat maakt de cello ook zo'n handig instrument. Je kunt heel mooi begeleiden, je kunt een swingende plukbas zijn en ook nog een virtuoze solist. Eigenlijk alles dus!

Het grootste en laagst klinkende koperen blaasinstrument is de tuba. Uitgerust met een grote, wijde beker en een diep mondstuk klinkt de tuba warm en donker. De tuba speelt dezelfde rol bij de koperblazers als de contrabas bij de strijkers. In tegenstelling tot wat velen denken, is de tuba veel meer dan een hoempapa-instrument.

De altviool is een héél bijzonder instrument. Bij de strijkinstrumenten zit de altviool tussen de viool en de cello in. Net als bij de viool, heb je de altviool onder de kin - hij hoort dus bij de "kinstrijkers". Net als de viool, heeft de altviool ook 4 snaren: de A - G - D - en….C snaar. De C snaar is heel bijzonder. Deze zorgt er namelijk voor dat de altviool lager kan spelen dan de viool. Heel geschikt dus voor de "middenstem".